Vrijwel elk jaar wordt er in de warme zomermaanden door de media gewezen op de gevaren van blauwalg. Blauwalgen zijn bacteriën die in alle soorten water kunnen leven. Op zich is de aanwezigheid van blauwalg in natuurwater normaal, maar onder bepaalde omstandigheden kan blauwalg zich sterk uitbreiden. Dit gebeurt vooral in stilstaande, opgewarmde wateren met veel voedingsstoffen en bij aanhoudende hogere temperaturen. Als de blauwalgen zich snel vermeerderen ontstaat een zogenaamde drijflaag van blauwalg. Dit kan zichtbaar worden als een ‘vettige’ groene, blauwe of roodbruine laag op het water, soms met gasblaasjes die eruit zien als knikkergrote bubbeltjes. De drijflaag kan behoorlijk stinken. Als de blauwalgen in de onderkant van de drijflaag afsterven komen er toxines, giftige stoffen, in het water terecht. Deze giftige stoffen kunnen bij zowel mensen als dieren vervelende klachten geven. 

 

Omdat wij zelf vaak maar weinig water binnen krijgen bij het zwemmen blijven de klachten voor ons beperkt tot huid- en oogirritaties en soms wat maagdarmproblemen. Honden lopen een groter risico om algen binnen te krijgen omdat ze het water drinken en hun vacht na het zwemmen schoon likken. Net als voor veel andere vergiftigingen geldt: hoe kleiner en lichter de hond, hoe gevaarlijker dit kan zijn. 

 

Symptomen van blauwalgvergiftiging

Niet elke blauwalgvergiftiging is (levens)gevaarlijk voor een hond. De volgende symptomen kunnen tussen enkele minuten en vijf uur optreden bij een blauwalgvergiftiging. 

  • Braken en/of diarree

  • Trillen

  • Ademhalingsproblemen zoals extreem hijgen of benauwdheid

  • Sloomheid

  • Overmatig kwijlen of schuimbekken

  • Veel urineverlies

  • Slechte coördinatie en/of omvallen en tegen dingen aanlopen

  • Krampen en stuiptrekken

 

Sommige gifstoffen van blauwalgen kunnen zoveel schade aanrichten dat de hond het niet overleeft. Bij plotselinge krampen, sloomheid en slechte coördinatie na het zwemmen is het dan ook belangrijk om direct contact op te nemen met een dierenarts.

 

Behandeling van blauwalgvergiftiging

Er bestaat helaas geen tegengif voor een blauwalgvergiftiging. Als u vermoedt dat uw hond blauwalg heeft binnengekregen, kan de dierenarts een injectie toedienen waardoor de hond zal braken en kan de maag indien nodig worden gespoeld. Deze behandeling moet wel binnen anderhalf uur plaatsvinden. De vacht van de hond zal ook moeten worden afgespoeld om te voorkomen dat hij of zij nog meer blauwalg binnenkrijgt. Als er al meer tijd verstreken is sinds de inname van het water kan het nodig zijn om de hond op te nemen en een infuus toe te dienen en om de symptomen te bestrijden met medicatie.

 

Voorkomen van blauwalgvergiftiging

Op de website www.zwemwater.nl staan de officiële zwemplekken in natuurwater weergegeven. Deze plekken worden regelmatig gecontroleerd op onder andere de aanwezigheid van blauwalg. Daarnaast is het belangrijk om zelf ook alert te blijven. Heeft het water een vreemde kleur of ligt er een stinkende laag met algenbrij op het water? Laat de hond dan niet zwemmen en drinken en meld dit bij de gemeente.