Openingstijden: 
9 uur tot 19.00 uur

Behandeling volgens afspraak

Telefoon: 030-2615192

Bij SPOED na 19.00 uur en in het weekend: 0900-2223000

 

Cavia’s zijn gezellige knaagdieren die goed tam kunnen worden en zelden bijten.

Hun verzorging is niet moeilijk, wel is het belangrijk om te zorgen voor de juiste voeding en voldoende knaagmateriaal. Cavia’s hebben gezelschap nodig van andere cavia’s, houd ze daarom niet in hun eentje. Geef uw cavia’s de ruimte, beweging is goed voor hun gezondheid.

 

De cavia is een knaagdier dat veel als huisdier gehouden wordt. Cavia’s hebben een langwerpig, wat plomp lichaam met korte pootjes en kleine oortjes en ze hebben geen staart. Ze planten zich snel voort. Een volwassen cavia kan dertig centimeter lang worden en weegt rond 1 kilo. Een zeugje (vrouwtje) weegt vaak wat minder dan een beertje (mannetje).
Cavia’s zijn echte planteneters en hebben een knaagdierengebit met doorgroeiende tanden en kiezen. Er moet extra aandacht besteed worden aan de vitamine C voorziening in het voer. De gemiddelde levensverwachting van een cavia ligt tussen vier en acht jaar. Bij ver doorgefokte rassen ligt dit gemiddelde meestal iets lager.

 

Er zijn verschillende rassen cavia’s, die van elkaar verschillen in vachttype en kleur. Een aantal vachttypen zijn Gladharig, Teddy (met rechtopstaande, zachte haartjes), Rex (met stugge, rechtopstaande en iets gekrulde haartjes), Borstelharig(met iets langer haar en overal op het lichaam kruinen of ‘rozetten’), Gekruind (gladharig met een kruin op de kop) en Langharig (o.a. ‘Peruvian’, ‘Sheltie’ en ‘Coronet’, met hele lange haren). Er bestaan zelfs cavia’s zonder vacht: de Skinny, met alleen wat haar op de kop, en de Baldwin, helemaal kaal.

 

De wilde cavia komt voor op open vlaktes in Zuid-Amerika. De dieren leven daar in groepen met een strenge rangorde. Cavia’s zijn een groot deel van de dag bezig met het zoeken naar voedsel en zijn daarbij vooral actief in de ochtend- en avondschemering. Ze slapen in holen die ze vinden of zelf graven. Al 9000 jaar geleden werd de wilde cavia door de Inca’s gehouden voor het vlees. Later is de cavia gedomesticeerd en verder ontwikkeld tot het dier dat we nu als huisdier kennen.

 

Cavia’s zijn groepsdieren, dus kunnen het beste samen gehuisvest worden. Er zijn verschillende combinaties mogelijk. Een paartje kan, maar dan moet het mannetje uiteraard gecastreerd zijn en daarna moet men nog zes tot acht weken wachten voor men de dieren bij elkaar kan zetten. Twee of meer zeugjes bij elkaar kan ook, liefst vanaf jonge leeftijd bij elkaar. Een combinatie van twee of meer zeugjes en eventueel een gecastreerd beertje werkt over het algemeen goed. Twee beertjes kunnen vaak ook wel samenleven als ze van jongs af aan bij elkaar zitten en er geen vrouwtjesdieren in de buurt zijn. Door de rangorde binnen een groep cavia’s kunnen niet alle cavia’s zonder problemen bij elkaar in een hok leven, en twee cavia’s die elkaar niet kennen zullen eerst de rangorde moeten bepalen. Niet alle dieren combineren goed met elkaar, dus laat ze langzaam wennen en let op of het wel goed blijft gaan.

Een geschikt hok voor twee cavia’s heeft een oppervlakte van ongeveer 120 bij 50 centimeter. Cavia’s kunnen niet goed klimmen of hoog springen, dus het hok hoeft niet hoger te zijn dan 50 centimeter. Wel moeten de dieren ook kunnen rennen, daarvoor kunt u het beste een ren aan het hok koppelen of de dieren regelmatig elders in een ren laten lopen.
Als bodembedekking kunt u bijvoorbeeld hennepvezel gebruiken. Pas wel op dat de cavia hier niet steeds van eet, dat kan verstopping geven. Zaagsel (houtvezel) wordt ook veel gebruikt, maar pas op dat dit niet stoffig is, kies liefst voor ontstoft zaagsel. Er zijn aanwijzingen dat zaagsel van naaldhout op termijn ongezond zou kunnen zijn. Er bestaat ook ontharst zaagsel.

 

Er moeten een drinkflesje en voerbakje in het hok aanwezig zijn en het liefst een schuilplaats waar uw cavia’s zich kunnen verstoppen. Bij de dierenspeciaalzaak zijn ook speeltjes te koop, zoals een hooibal.

 

De optimale omgevingstemperatuur ligt tussen de 18 en 21 graden Celsius. Zorg ervoor dat de temperatuur niet boven 26 graden komt, cavia’s raken snel oververhit. Sommige mensen kiezen ervoor om hun cavia’s buiten te huisvesten. Wanneer u uw cavia’s buiten wilt houden, is het belangrijk dat ze een wind- en waterdicht hok hebben, met een dikke laag bodembedekking en hooi. Laat de cavia’s in het voorjaar naar buiten gaan, zodat ze langzaam kunnen wennen aan de koudere buitentemperatuur. Cavia’s kunnen zich beter warm houden als er meerdere dieren bij elkaar zitten. Als het een paar dagen vriest, is het verstandig om het hok bijvoorbeeld in de schuur te zetten. Let bij warm zomerweer op dat de cavia’s schaduw hebben en dat het niet te warm wordt in het hok.

 

De bodembedekking moet minstens eens per week verschoond worden. Ververs dagelijks het water en haal oude restjes groenvoer weg. Maak drinkflesjes en voerbakjes minstens eens per week goed schoon. Vergeet daarbij de nippel van de fles niet.

 

Cavia’s kunnen bijten, maar doen dit bijna nooit. Als een cavia bijt, kan dit zijn omdat hij ziek is of ergens pijn heeft, maar ook dan zal hij niet snel bijten. De reactie van een cavia op gevaar is om te ‘bevriezen’ of, als hij de kans krijgt, ineens weg te schieten. Het is wel mogelijk dat uw cavia uw vingers voor iets lekkers aanziet als hij gewend is dat u hem voedsel door de tralies aangeeft. Steekt u vervolgens uw vingers zonder voedsel in het hok, dan kan het dier zich vergissen.
Als een cavia valt, kan dit zeer ernstige verwondingen tot gevolg hebben. Wees dus voorzichtig bij het vasthouden van uw cavia. Til een cavia altijd met twee handen op, waarbij u ook het achterlijf ondersteunt. Een cavia kan het als bedreigend ervaren als u hem onverwachts van boven oppakt, en zal dan proberen te vluchten. Leer kinderen daarom het dier voorzichtig te benaderen en houd altijd een oogje in het zeil als ze een cavia willen oppakken.
De nagels van een cavia moeten regelmatig worden geknipt. U kunt dit bij ons laten doen, maar na uitleg is het ook goed zelf te doen. Als de cavia niet de beschikking heeft over vezelrijk voedsel (bijvoorbeeld hooi), kunnen er problemen met het gebit optreden. Het is alleen mogelijk om zelf de tanden te zien, die dan te lang worden. Controleer dit regelmatig.

 

Langharige cavia’s moeten dagelijks voorzichtig helemaal doorgekamd worden. Dit is flink bewerkelijk. Het is handiger en ook prettiger voor de cavia om de lange haren gedeeltelijk te knippen als u er niet mee wilt showen, maar ook dan moet de cavia regelmatig gekamd worden om klitten en vervilten te voorkomen. Kortharige cavia’s kunt u eens per week even doorborstelen om vuil en losse haren uit de vacht te halen.

kat