Openingstijden: 
9 uur tot 19.00 uur

Behandeling volgens afspraak

Telefoon: 030-2615192

Bij SPOED na 19.00 uur en in het weekend: 0900-2223000

 

Een inenting, ook wel vaccinatie genoemd, traint het afweersysteem tegen bepaalde infectieziektes (bijvoorbeeld kattenziekte of niesziekte).

Bij een vaccinatie gaat het afweersysteem van de kat afweerstoffen maken tegen de ziekte waartegen is gevaccineerd. De kat is daardoor een bepaalde periode beschermd tegen die ziekte. Het vaccin bevat zwakke of dode ziekteverwekkers, waardoor de kat na vaccinatie niet ziek wordt. Om het effect van enting te laten voortbestaan, moet er regelmatig opnieuw gevaccineerd worden. Vaccineren moet de gezondheid van onze kat bevorderen en daarom is het belangrijk hier goed over na te denken. De ontwikkeling in de diergeneeskunde gaat ook door. Fabrikanten van vaccins kunnen betere producten ontwikkelen waardoor de beschermingstijd verlengd wordt. Elk jaar een kat volledig vaccineren is niet meer van deze tijd. Samen met de dierenarts wordt bekeken welke entingen in welke frequentie voor uw kat in zijn/haar leefsituatie gewenst zijn.

 

Basis vaccinatieschema

   Ziekten   8-9 weken   12 weken   1 jaar
  Niesziekte x x x
  Kattenziekte x

 

Volwassen kat

Niesziekte: jaarlijks vaccineren

Kattenziekte: elke 3 jaar vaccineren

 

Gezondheidscontrole

Een jaarlijkse gezondheidscontrole bij katten is heel gebruikelijk. Een jaar is immers een behoorlijke periode in een kattenleven en in die tijd kan er veel veranderen. Bij deze controle worden oren, huid, ogen, gebit, de belangrijkste lymfeknopen en uitwendige geslachtsorganen nagekeken. Hart en longen worden beluisterd, de kat wordt gewogen en de voedingstoestand van de kat wordt beoordeeld. Aan de hand van de bevindingen krijgt u advies over voeding, verzorging en gedrag. Natuurlijk is er ook gelegenheid om vragen te stellen. Aan het eind van het bezoek bespreken we de noodzakelijke wormen- en parasietenbestrijding. Ook overleggen we welke vaccinaties zinvol zijn voor het komende jaar in verband met de gezondheid van de kat eventueel bezoek aan buitenland, pension, tentoonstellingen en dergelijke.

 

Vaccineren

Ziekten als kattenziekte en niesziekte komen in Nederland nog maar zelden voor. Daardoor vergeten we bijna dat ze vroeger veel leed veroorzaakten. Die tijd is gelukkig voorbij, maar nog steeds is het belangrijk dat bijna alle katten worden gevaccineerd. Een hoog percentage is belangrijk om de infectieziekten buiten de deur te houden. Als er namelijk veel ongevaccineerde katten zijn, kunnen ronddwalende ziektekiemen vatbare katten besmetten. Alleen als een infectieziekte wereldwijd is uitgeroeid, vervalt de noodzaak van vaccinatie.

 

Vaccineren helpt het immuunsysteem van de kat. Het zorgt ervoor dat het lichaam op gecontroleerde wijze antistoffen en afweercellen aanmaakt tegen de ziekmakers. Het lichaam doet dat ook als een kat de echte ziekte krijgt, maar de risico´s zijn dan veel groter. Bij zo’n natuurlijk opgelopen besmetting is het afwachten hoe ernstig de infectie is en welke gevolgen die zal hebben. Kattenziekte kan dodelijk zijn en niesziekte kan chronisch worden en complicaties als longontsteking geven. Jonge dieren krijgen bij de geboorte afweerstoffen mee van de moeder, die hen beschermen gedurende de eerste weken van hun leven. Nadien dient het door vaccinatie zelf zijn afweer op te bouwen. Hiervoor zijn meestal meerder inentingen nodig. Voor enkele ziekten zijn vaccinaties mogelijk en voor elke vaccinatie bestaat een ideale leeftijd, waarover wij u hierbij informeren.

 

Moet je een binnenkat laten enten?

Het komt voor dat dieren die niet (regelmatig) worden gevaccineerd gezond blijven. Helaas zien we daarentegen maar al te vaak dat niet-gevaccineerde katten wel ziek worden. Een binnenkat heeft namelijk buitenmensen en geheel tegen uw bedoeling in, kunt u of uw bezoek ziektekiemen mee naar binnen nemen. Als een binnenkat toch besmet wordt, kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn.
In de praktijk komen de meeste katten regelmatig met andere katten in contact, daarom is het verstandig katten regelmatig te laten vaccineren.

 

Ziekten waartegen geënt kan worden:

  • Kattenziekte (panleucopenie):
    Kattenziekte is een virale enteritis, d.w.z. een maagdarmontsteking, veroorzaakt door een virus. Na een incubatietijd van 4 tot 10 dagen treden de volgende symptomen op: braken (geel-groen), ernstige diarree, verlies van eetlust, koorts, dorst en buikpijn, waarna de kat overlijdt.
  • Niesziekte:
    Niesziekte is een verzamelnaam voor een aantal ziekten van de ademhalingswegen. De ziektes worden veroorzaakt door virussen en zijn zeer besmettelijk. Het aangetaste dier heeft koorts, niest en hoest, vertoont afscheiding uit ogen en neus en soms ontstaan blaren op de tong (tongblaar).
  • Chlamydia:
    Een Chlamydia-infectie is ook een luchtweginfectie, dat gepaard gaat met niezen, koorts, een verminderde eetlust en neus- en ooguitvloeiing. Vaak ontstaan zweren in de mond of op de tong. De secundaire bacteriële infecties die volgen kunnen fataal zijn.
  • Hondsdolheid (Rabiës):
    Hondsdolheid is een infectie die fataal is en overgebracht wordt via honden of andere dieren (zoals vossen). Eerst treden gedragsveranderingen op: het dier kan zeer schuw of juist agressief worden, het vertoont spiertrekkingen en raakt verlamd. De pupillen zijn verwijd, het dier kwijlt, bijt etc., soms rennen in cirkels met scheef hoofd. Uiteindelijk raakt de kat in coma en de dood volgt. Gevallen van Hondsdolheid moeten officieel worden aangegeven bij de inspectie van de veeartsenijkundige dienst omdat ook mensen besmet kunnen worden.

 

Bijwerkingen
Zoals elke medische ingreep kan ook vaccinatie bijwerkingen hebben. Zo komt heel soms een allergische reactie voor. In de pers en op internet doen af en toe verhalen de ronde over het ‘gevaar’ van vaccineren, met name over ongewenste bijwerkingen. Deze zijn echter overtrokken en verbanden tussen vaccinaties en later ontstane ziekten blijken meestal achteraf wetenschappelijk niet te kloppen.

 

Wanneer is net beter om niet te laten inenten

Om een vaccinatie zo efficiënt en veilig mogelijk te maken kunt u uw kat beter niet laten vaccineren als hij of zij:

  • ziek is.
    Een kat die al een verzwakte weerstand heeft door bijvoorbeeld verkoudheid of een andere aandoening, heeft zijn immuunsysteem nodig om die aandoening te bevechten. Als u daarnaast ook nog laat vaccineren, wordt het systeem overbelast.
  • drachtig is.
    Dit kan gevaarlijk zijn voor de kittens en een te grote belasting zijn voor het moederdier.
  • onder narcose is of moet.
    Narcosestoffen kunnen een wisselwerking hebben met de entstoffen.

Ontwormen vóór de vaccinatie.

Naast het feit dat een goede ontworming sowieso wordt aanbevolen is het ook goed om te weten dat ontworming twee weken voor de vaccinatie een betere immuniteitsopbouw na vaccinatie geeft. Gebleken is namelijk dat worminfecties een remmende invloed op het immuunstelsel hebben, waardoor de immuniteitsopbouw na vaccinatie dus wat wordt geremd. Om de maximale immuniteitsopbouw na vaccinatie te kunnen krijgen wordt dus aanbevolen om twee weken voor de vaccinatie de kat te ontwormen.

 

kat