Openingstijden: 
9 uur tot 19.00 uur

Behandeling volgens afspraak

Telefoon: 030-2615192

Bij SPOED na 19.00 uur en in het weekend: 0900-2223000

 

Het castreren van een kater (verwijderen van de zaadballen) voorkomt ongewenste nestjes.

Daarnaast helpt castratie om ongewenste gedragspatronen, zoals sproeien (in huis plassen als markering), te voorkomen en verkleint het de kans op bepaalde aandoeningen. In de strijd tegen ongewenste nestjes is het castreren van katers net zo belangrijk als het steriliseren van poezen. Bovendien heeft een ongecastreerde kater de neiging om te gaan zwerven, zich agressief te gedragen tegenover andere katers, te vechten en om zijn territorium te markeren met urine. Dit sproeien kan hij ook binnenshuis doen!

 

De operatie
Castratie houdt in dat beide teelballen (testikels) onder algehele narcose chirurgisch worden verwijderd via kleine sneetjes in de balzak (scrotum). Net als bij de sterilisatie van een poes is het belangrijk om vanaf de avond voor de ingreep geen eten meer te geven om complicaties bij de narcose te voorkomen. Ook een kater mag de dag van de operatie nog naar huis. Er wordt niet gehecht omdat de wond erg klein is maar ook om ophoping van eventueel wondvocht te voorkomen. De kat houdt door likken de wond goed schoon.

 

Nazorg
Katten herstellen na een castratie meestal opvallend snel. Ze kunnen nog een paar uur wat suf zijn, maar de volgende dag zijn ze over het algemeen weer heel levendig. Het is zinvol om (als dat lukt) uw kat nog een paar dagen rustig te houden zodat de inwendige wonden de tijd krijgen om te genezen. Mocht uw kat ongewoon rustig en passief lijken of niet eten, neem dan contact op met de dierenarts. Na een castratie moet u erop bedacht zijn dat uw kater een sterkere neiging tot overgewicht heeft. Door de wijziging in de hormonale huishouding verandert het eet gedrag en de energiebehoefte van de kat. De eerste twee maanden na de operatie heeft de kat de neiging om meer te eten terwijl de energiebehoefte met ongeveer 30% afneemt. We raden daarom aan om het voer aan te passen als u uw kat hebt laten castreren of steriliseren. We raden aan om met het kitten of juniorvoer te stoppen (indien uw kat dat nog krijgt) en over te gaan op een minder energierijk voer. Als richtlijn kunt u het beste de hoeveelheid voeding geleidelijk tot 1/3 deel verminderen.

 

Adviesleeftijd voor castratie
Een kater kan op praktisch elke leeftijd worden gecastreerd, maar meestal wordt de castratie uitgevoerd op een leeftijd van 4 tot 6 maanden. Bij castratie op latere leeftijd kan het lastiger zijn om ongewenste gedragspatronen nog te veranderen.

 

Risico’s van niet castreren

Het agressieve gedrag van een niet-gecastreerde kater brengt gezondheidsrisico's met zich mee. Besmettelijke ziekten zoals FIV (Feline Immunodeficiëntie Virus, ook wel kattenaids genoemd) of FeLV (Feline Leukemie Virus, of kattenleukemie) worden namelijk door bijten tijdens gevechten overgebracht. Ook zie je bij ongecastreerde katers veel vechtwonden en abcessen ontstaan. Vanaf de leeftijd van 4 tot 6 maanden is een kater geslachtsrijp, oftewel seksueel volwassen. Het dier is vanaf dat moment dus vruchtbaar en in staat om zelf kittens te verwekken! Omdat een nestje veel tijd kost hebben de meeste mensen geen tijd of zin om met hun kat te fokken. Ze willen bovendien voorkomen dat er nog meer kittens ter wereld komen; er zijn al zo veel ongewenste katten en kittens op zoek naar een tehuis.

kat