Openingstijden: 
9 uur tot 19.00 uur

Behandeling volgens afspraak

Telefoon: 030-2615192

Bij SPOED na 19.00 uur en in het weekend: 0900-2223000

 

Uit een Amerikaans onderzoek gedaan in 1996 is gebleken dat 46% van de katten minder eet na het verlies van een kattenmaatje.

In extreme gevallen heeft het zelfs tot de dood geleid. 70% van de katten ging meer miauwen of juist minder. Ook bleek dat de overgebleven kat vaak andere slaapplekken zocht en meer ging slapen. Meer dan de helft van de achtergebleven katten werden aanhankelijker naar hun baasje toe.

Uit de onderzoeksresultaten kun je concluderen dat 65% van de katten 4 of meer gedragsveranderingen ondergaat na het verlies van een kattenmaatje uit zijn directe omgeving.

 

Als een persoon een dierbare verliest kan het zijn dat deze persoon concentratieproblemen heeft, lusteloos wordt, minder behoefte heeft aan eten en/of ongeïnteresseerd is in wat er om hem heen gebeurt. De persoon huilt en gaat meer of minder slapen. Een kat reageert op het verlies van een kattenmaatje in veel opzichten hetzelfde als de mens. Ook kan de overgebleven kat zijn eetpatroon veranderen door onder andere misselijkheid. De kat kan opeens veel haar verliezen en overdreven veel wassen. Sommige katten vertonen opeens onzindelijk gedrag. Ook dagenlang uit het raam staren in de hoop dat de andere kat opeens weer opduikt kan één van de dingen zijn die je ziet bij een rouwende kat. Dit wachten voor het raam wordt ook wel verlatingsangst genoemd. De emotie zelf die de kat ervaart kunnen we als mens niet weten. Het enige wat we met zekerheid kunnen zeggen is dat de kat zich bewust is van het afwezig zijn van de andere kat.


Je mag er van uit gaan dat het een grote impact heeft op de kat. Een kat rouwt als gevolg van plotselinge afwezigheid, met andere woorden de mens of het dier waar de kat om rouwt hoeft niet dood te zijn. De kat kan ook rouwen na een scheiding, een kind dat op zichzelf gaat wonen of wanneer de kat zelf uit huis geplaatst wordt. Al deze gebeurtenissen laten een gat na in het leven van de kat. Dit geldt dus voor alle gevallen waarbij een dier of persoon voor langere tijd afwezig is. Het is uit ervaringen gebleken dat veel katten stoppen met zoeken naar de overleden kat als je ze het lichaam van de dode kat laat zien. Daaruit blijkt dat er een mogelijkheid is dat de kat begrijpt dat wat dood is niet meer levend wordt. Onderzoekers denken dat dit komt door het feit dat katten roofdieren zijn. Wij raden u aan om de overleden kat te laten zien aan de overgebleven kat(ten).

 

Hoe kunt u de kat helpen?
De eerste fase van het rouwproces is activiteit. De overgebleven kat gaat actief op zoek naar de persoon of het dier dat weg is. Is uw kat een kat die ook naar buiten gaat kunt u hem in deze fase het beste binnenhouden. Ze zullen namelijk een groot gebied afspeuren wat het risico vergroot dat de kat onder de auto komt. Deze fase wordt opgevolgd door een "depressie".

Deze tweede fase duurt een paar weken, soms langer. De depressieve periodes zullen korter worden en minder frequent. De kat zal steeds meer zijn oude gedrag weer laten zien met enkele permanent nieuwe gedragsveranderingen die te maken hebben met de territoriale rechten en sociale structuur van de kat. In het algemeen genomen kan je er van uit gaan dat het gehele rouwproces twee maanden tot een half jaar duurt.

 

Tijdens deze periode heeft de kat bevestiging, extra liefde en aandacht nodig. Denk hierbij aan een snoepje als de kat lekker op schoot ligt of speeltjes met catnip of valeriaan als de kat zich heel erg teruggetrokken heeft. Zorg er wel voor dat je ongewenst gedrag niet gaat aanmoedigen! Let er ook op dat ude kat niet forceert. Veel mensen denken dat een nieuwe kat aanschaffen helpt. Helaas is dit niet het geval. Wilt u toch graag een nieuwe kat erbij, kunt u het beste wachten tot de kat over het rouwproces heen is. Neemt u eerder een nieuwe kat erbij forceert u uw oude kat, wat extra stress oplevert naast het verwerken van het verlies van de overleden kat. Geef uw kat de tijd om zijn verlies te verwerken.

 

Auteur: Z. Sambrink

Bronvermelding: artikel P. Neville, artikel S. Hartwell

Genoemd onderzoek is uitgevoerd door: America Society for the prevention of Cruelty to Animals in 1996.

kat