Spondylose is een chronische ziekte van de wervelkolom, waarbij de wervels, tussenliggend kraakbeen en de tussenwervelschijven, aangetast raken.

In de volksmond wordt deze aandoening slijtage genoemd. De naam van de ziekte is afgeleid van het Griekse woord voor wervel spondylos en toestand, osis. Het komt vaker voor bij oudere middelgrote tot grote honden en tast vooral de beweeglijkste delen van de ruggengraat aan.

 

Anatomie van de wervelkolom
Om spondylose goed te begrijpen is het belangrijk om enige uitleg te geven hoe de wervelkolom in elkaar zit. De rug is een zeer belangrijk onderdeel van het bewegingsapparaat en bevindt zich tussen de kop en de staart, omgeven door spieren. De wervelkolom bestaat uit een aantal benige bouwstenen (wervels). Deze wervels kunnen ten opzichte van elkaar bewegen door middel van de tussenwervelschijven aan de onderkant en aan de bovenzijde de gewrichtvlakjes, die ook wel facetgewrichtjes worden genoemd. Er zijn bij de hond 7 halswervels, 13 borstwervels, 7 lendenwervels, het heiligbeen en een wisselend aantal staartwervels, afhankelijk van het ras of individu. Tussen de wervels ligt een tussenwervelschijf die een soort schokbrekerfunctie heeft. De laatste tussenwervelschijf die tussen de zevende lendenwervel en het heiligbeen ligt heet lumbosacrale discus. Deze overgang heet de lumbosacrale overgang (LS) en kan regelmatig een probleem zijn bij grotere honden.
Door de wervelkolom heen loopt door een benige tunnel het ruggenmergkanaal waarin het ruggenmerg zich bevindt. Het ruggenmerg is omgeven door 3 vliezen met pijngevoelige receptoren waarin zich de hersenvloeistof (liquor cerebralis) bevindt. Het ruggnmerg zweeft als het ware in deze vloeistof in een vrije ruimte en de zenuwwortels liggen vrij. Het is een soort elektrische kabel waar verschillende zenuwvezels doorheen lopen die informatie vanaf de hersenen naar alle punten in het lichaam brengen en andersom. Deze zenuwvezels zijn geïsoleerd door middel van een witte vettige substantie die myeline wordt genoemd. Bij elke overgang tussen twee wervels ontspringen er aan 2 kanten zenuwwortels uit het ruggenmerg die via zenuw wortelkanalen (foraminae) uit het ruggenmergkanaal treden. Deze openingen bevinden zich precies boven de tussenwervelschijven.
Bij een dwarsdoorsnede tussen twee wervels is het mogelijk om te zien waar de normale tussenwervelschijf (discus intervertebralis) zich bevindt ten opzichte van het ruggenmerg (nr. 3).


Een van de belangrijkste structuren in de rug is die tussenwervelschijf. Centraal hierin zit een kern (nucleus, nr. 1) welke bestaat uit een gelatineuze massa. Deze kern wordt omgeven door een sterke bindweefsel ring, die aan de beide wervels zit vast gegroeid (2). De gelatineuze kern probeert steeds water op te zuigen en zal daarmee dus opzwellen. Dit opzwellen wordt echter tegengewerkt door de bindweefselring en boven en onder de aangrenzende wervel. Hiermee ontstaat een schokbrekerwerking. (vergelijk een opgeblazen ballon in een doosje waarop je probeert te duwen).
Elke gezonde tussenwervelschijf zorgt naast een goede schokdemping ook voor beweeglijkheid en samenhang. Dit kan alleen als de eiwitten in de kern en de ring veel water vasthouden. Normaal danken deze eiwitten deze specifieke eigenschap aan hun speciale complexe structuur: een netwerk van veel langketenige vertakte glycosaminoglycanen en proteoglycanen met weinig collageen (bindweefseleiwit).
Naarmate de hond ouder wordt vermindert het vermogen van de tussenwervelschijf om water op te nemen. Ook wordt het bindweefsel langzaam minder elastisch. Dit proces noemen we degeneratie en treedt dus bij elke hond (en mens) op. Als gevolg hiervan wordt de discus smaller, en neemt de schokbrekerfunctie af.

 

Spondylose
Bij spondylose gaat eerst het materiaal van de tussenwervelschijf verloren. Doordat in de loop van de jaren de tussenwervelschijven minder vocht kunnen vasthouden worden ze minder soepel en flexibel. Hierdoor vermindert de ruimte tussen twee naast elkaar gelegen wervels met als gevolg dat zenuwen uit het ruggenmerg bekneld kunnen raken.
Het lichaam reageert hierop door ter compensatie nieuw botweefsel aan te maken. Dit weefsel wordt echter nooit zo als het oude weefsel, en gaat woekeren rond het gewricht. De wervels zijn aan de onderzijde met elkaar verbonden door middel van een bandje. Als er teveel trekkracht wordt uitgeoefend op deze bandjes, gaat het lichaam voor meer versteviging zorgen en botweefsel afzetten in het verloop van deze bandjes. Zo groeit het botweefsel via die bandjes als het ware naar elkaar toe. Op de röntgenfoto zijn dan de zogenaamde papegaaienbekken te zien (bruggetjes van de ene naar de andere wervel). De zenuwen die uit het ruggenmerg komen kunnen knel komen te zitten tussen deze bruggetjes. Het gevolg is aanvankelijk een zeer pijnlijke rug, die in de loop van de tijd ook weer stabiliseert.
Door deze starre bruggen verliest de rug zijn elasticiteit en flexibiliteit: bewegen wordt lastig. Des te meer bruggen er ontstaan, des te stijver een dier is. De botuitsteeksels die ontstaan, kunnen bovendien zorgen voor druk op omliggende weefsels, zoals het ruggenmerg. Dit kan leiden tot erge pijn en heel soms tot verlamming.

 

spondylosespondylose2

 

Wanneer de stootkussens, die in ieder gewricht zitten, beschadigd raken en er botwoekeringen ontstaan, spreken we van artrose. Als het specifiek de stootkussens tussen de wervels betreft en er botwoekeringen tussen de ruggenwervels ontstaan, dan spreken we van spondylose.
Spondylose is een aandoening die voornamelijk bij oudere honden op leeftijd voorkomt. Bij sommige rassen, zoals de boxer, komt spondylose echter ook voor op jonge leeftijd. Grote rassen ontwikkelen relatief vaker spondylose dan kleine rassen. Ook beweging kan van invloed zijn op het ontstaan van spondylose. Denk aan pups die op jonge leeftijd te veel bewegen of sporthonden die van geen ophouden weten en te veel van hun lichaam vragen. Een goede, gedoseerde beweging is van groot belang bij het voorkomen van spondylose. Ook een ongeluk kan aanleiding geven tot spondylose, of een combinatie van genoemde factoren.

 

Symptomen

Spondylose geeft klachten als er een vernauwing optreedt in het wervelkanaal, waardoor de zenuwen uit het ruggenmerg of het ruggenmerg zelf samengedrukt wordt. De hond loopt vaak met een bolle rug. De hond kan een ander bewegingspatroon ontwikkelen door pijn en/of stijfheid. Een stijve, stramme of zwabberende gang kan het gevolg daarvan zijn. Vaak wordt hierdoor de bespiering in de achterhand minder (ingevallen billen, broekspieren). Ook liggen, opstaan en opstarten gaat moeilijk maar als de hond eenmaal op gang is versoepelt de beweging vaak weer iets. Sommige verschijnselen die optreden doordat de zenuwen ook aangetast raken, verergeren bij lichamelijke activiteit (vooral als daarbij de ledematen worden bewogen). De ledematen doen pijn en voelen aan alsof ze verdoofd zijn.

Door de pijn of angst voor de pijn kun je zien dat de hond contact met andere honden (vooral de jonge speelse honden) kan gaan vermijden. Sommige honden kunnen agressief worden als er een andere hond tegen ze oploopt. Honden met spondylose willen en kunnen vaak geen bewegingen maken waarbij ze hun rug belasten, zoals traplopen of in en uit de auto springen. Andere honden hebben weer last bij het poepen omdat ze de rug niet goed kunnen krommen. Eerst draaien ze een heleboel rondjes, voordat ze kunnen gaan poepen en weer andere honden kunnen alleen nog maar lopend poepen. Ook kunnen ze last krijgen van problemen met plassen (incontinentie).

 

De diagnose van spondylose
Op de eerste plaats zal de dierenarts een klinisch onderzoek van de hond doen, waarbij het bewegingsapparaat wordt gevoeld en de pijnklachten gecontroleerd en gelokaliseerd. Vervolgens wordt een röntgenfoto gemaakt en kan daarmee de uitbreiding van de spondylose in kaart worden gebracht. De bruggen en haken in de wervelkolom zijn op de foto vaak duidelijk te zien.
De diagnose spondylose wordt gesteld op basis van de klachten en de resultaten van verschillende onderzoeken. Aan de hand van een röntgenfoto mag alleen een conclusie worden getrokken als die overeenkomt met dat wat uit het klinisch onderzoek van de hond naar voren is gekomen.
Vaak komen de resultaten die op röntgenfoto’s te zien zijn niet overeen met de klachten. Het kan voorkomen dat hele kleine afwijkingen op een röntgenfoto veel pijn veroorzaken, terwijl hele grote afwijkingen die te zien zijn soms amper klachten geven.

 

Behandeling van spondylose
De botwoekeringen die ontstaan door spondylose gaan niet meer weg, ze zijn ook niet operatief te verwijderen. Het is van belang om nieuwe artrosevorming zo veel mogelijk tegen te gaan, de rug soepel te houden en de bespiering in de achterhand te optimaliseren waardoor het ongemak voor de hond zo min mogelijk is. Individueel zal bepaald worden bij welke behandelingen de hond de meeste baat heeft.
Overgewicht kan het proces en de klachten van de spondylose verergeren, omdat eenvoudigweg de rug zwaarder belast wordt. Het is dus zeer belangrijk om er voor te zorgen dat de hond een gezond lichaamsgewicht heeft en houdt!
Voor honden met gewrichtsproblemen is regelmatig, maar gedoseerd bewegen belangrijk. Uw dierenarts of dierenfysiotherapeut kan het beste bewegingsadvies geven. Sommige honden kunnen veel baat hebben bij fysiotherapie. De spieren worden versterkt en de beweeglijkheid van gewrichten kan soms worden vergroot. Zwemmen is een hele goede vorm van bewegen, omdat dit de spieren versterkt zonder de gewrichten te belasten.
De dierenarts zal in de meeste gevallen pijnstillende/ontstekingsremmende medicijnen voorschrijven ter verlichting van de pijn en vermindering van de klachten. Langdurig gebruik van deze medicijnen kan soms bijwerkingen (met name maagklachten) geven.
Bepaalde voedingsstoffen kunnen een gunstige invloed op de gewrichten hebben, zoals de kraakbeen beschermende voedingsstoffen glucosamine en chondroïtine, omega-3-vetzuren en bepaalde antioxidanten.