Een inenting, ook wel vaccinatie genoemd, traint het afweersysteem tegen bepaalde infectieziektes (bijvoorbeeld parvo).

Bij een vaccinatie gaat het afweersysteem van de hond afweerstoffen maken tegen de ziekte waartegen is gevaccineerd. De hond is daardoor een bepaalde periode beschermd tegen die ziekte. Het vaccin bevat zwakke of dode ziekteverwekkers, waardoor de hond na vaccinatie niet ziek wordt. Om het effect van de enting te laten voortbestaan, moet er regelmatig opnieuw gevaccineerd worden. Vaccineren moet de gezondheid van onze hond bevorderen en daarom is het belangrijk hier goed over na te denken.

De ontwikkeling in de diergeneeskunde gaat ook door. Fabrikanten van vaccins kunnen betere producten ontwikkelen waardoor de beschermingstijd verlengd wordt. Elk jaar een hond volledig vaccineren is niet meer van deze tijd. Samen met de dierenarts wordt bekeken welke entingen in welke frequentie voor uw hond in zijn/haar leefsituatie gewenst zijn.

 

Basis vaccinatieschema

   Ziekten   6 weken   8-9 weken   12 weken   1 jaar
   Hondenziekten x     x
   Parvo x
   Ziekte van Weil   x x
   Besmettelijke leverziekte    
   Kennelhoest    
   Hondsdolheid 

 * vanaf 12 weken

 * ten minste 21 dagen voor vertrek naar buitenland

 

 

Jaarlijks vaccinatieschema

   Ziekten   2e jaar  3e jaar  4e jaar  5e jaar  6e jaar   7e jaar 8e jaar
   Hondenziekten          
   Parvo          
   Ziekte van Weil  x x x x
   Besmettelijke leverziekte          
   Kennelhoest  x  x
   Hondsdolheid 

   Elke 3 jaar voor landen binnen de EU.

 

Waarom inenten?

Waarom inenten? In ons land komt een aantal besmettelijke en levensbedreigende hondenziekten voor. Sommige zijn (dankzij de mogelijkheid tot vaccineren) zeldzaam geworden, andere treden nog regelmatig op. Tegen een aantal ziekten kan uw hond gevaccineerd worden. Op die manier maakt het lichaam antilichamen aan tegen de ziekteveroorzakers en is uw hond beschermd. Zeker waar het ernstige en vaak dodelijke ziekten betreft is dit erg belangrijk. Normaal gesproken worden alle pups ingeënt en ook daarna worden de vaccinaties regelmatig herhaald. Door deze vaccinatieprogramma’s is een aantal hondenziekten in ons land flink teruggedrongen.

 

Gezondheidscontrole

Een jaarlijkse gezondheidscontrole bij honden is heel gebruikelijk. Een jaar is immers een behoorlijke periode in een hondenleven en in die tijd kan er veel veranderen. Bij deze controle worden oren, huid, ogen, gebit, de belangrijkste lymfeknopen en uitwendige geslachtsorganen nagekeken. Hart en longen worden beluisterd, de hond wordt gewogen en de voedingstoestand van de hond wordt beoordeeld. Aan de hand van de bevindingen krijgt u advies over voeding, verzorging en gedrag. Natuurlijk is er ook gelegenheid om vragen te stellen.
Aan het eind van het bezoek bespreken we de noodzakelijke wormen- en parasietenbestrijding. Ook overleggen we welke vaccinaties zinvol zijn voor het komende jaar in verband met de gezondheid van de hond en eventueel bezoek aan buitenland, pension, cursussen, shows en dergelijke.

 

Vaccineren

Ziekten als hondenziekte, leverziekte, paraïnfluenza, ziekte van Weil en parvo komen in Nederland nog maar zelden voor. Daardoor vergeten we bijna dat ze vroeger veel leed veroorzaakten. Die tijd is gelukkig voorbij, maar nog steeds is het belangrijk dat bijna alle honden worden gevaccineerd. Een hoog percentage is belangrijk om de infectieziekten buiten de deur te houden. Als er namelijk veel ongevaccineerde honden zijn, kunnen ronddwalende ziektekiemen vatbare honden besmetten. Alleen als een infectieziekte wereldwijd is uitgeroeid, vervalt de noodzaak van vaccinatie.
Vaccineren helpt het immuunsysteem van de hond. Het zorgt ervoor dat het lichaam op gecontroleerde wijze antistoffen en afweercellen aanmaakt tegen de ziekmakers. Het lichaam doet dat ook als een hond de echte ziekte krijgt, maar de risico´s zijn dan veel groter. Bij zo’n natuurlijk opgelopen besmetting is het afwachten hoe ernstig de infectie is en welke gevolgen die zal hebben. Jonge dieren krijgen bij de geboorte afweerstoffen mee van de moeder, die hen beschermen gedurende de eerste weken van hun leven. Nadien dient het door vaccinatie zelf zijn afweer op te bouwen. Hiervoor zijn meestal meerder inentingen nodig. Voor enkele ziekten zijn vaccinaties mogelijk en voor elke vaccinatie bestaat een ideale leeftijd, waarover wij u hierbij informeren.


Ziekten waartegen geënt kan worden:

  • Hondenziekte (ziekte van Carré):
    Hondenziekte is een zeer besmettelijke virusziekte, die 3-8 dagen na besmetting met het virus optreedt. Acuut treden de volgende symptomen op: het dier is sloom, heeft geen eetlust, heeft koorts, kan braken. Bovendien komt er afscheiding uit neus en ogen en heeft het dier een zwakke, vochtige hoest. Secundaire bacteriële infecties kunnen longontsteking en diarree veroorzaken. Daarna kunnen zenuwverschijnselen optreden, zoals een tic (=carré stuip), het optrekken van een lip en het vertonen van schokken, waarna verlammingsverschijnselen, blindheid en doofheid kunnen optreden. Soms treedt plotse genezing op, er kunnen echter hersenafwijkingen zijn ontstaan. "HARD PAD" is een speciale vorm van de ziekte van Carré, waarbij huidveranderingen optreden, verhoorning van voetzolen en neusspiegel, epileptische aanvallen treden met meestal de dood tot gevolg.
  • Hepatitis (HCC):
    Hepatitis is een ontsteking van de lever en treedt vooral op bij jonge honden. De ziekte dieren hebben koorts, gebrek aan eetlust, bloederige diarree en vertonen braakneigingen. Soms treedt geelzucht op, en blauwkleuring van de oogbol.
  • Leptospirose (ziekte van Weil):
    Leptospirose is een infectie door Leptospira-bacteriën. De ziekte wordt overgebracht via de urine van honden en ratten, daarom is het verstandig water met ratten te vermijden. De bacterie veroorzaakt sufheid, koorts, braken, diarree en bloedingsneigingen. Later kunnen nierontsteking en geelzucht optreden en meestal volgt de dood.
  • Parvo:
    Een infectie met het parvovirus uit zich in hevig braken met bloederige diarree. Later kan het hart van het zieke dier aangetast worden en sterft het. Bepaalde rassen lijken gevoeliger te zijn voor dit virus, o.a. Rottweilers, de Dobermann en Duitse Herdershonden.
  • Kennelhoest/infectieuze tracheïtis/kennel cough:
    Kennelhoest is een besmettelijke hoest, die voornamelijk in kennels, pensions en tijdens tentoonstellingen voorkomt. De hond heeft een grotere kans deze ziekte op te lopen als hij veel in contact komt met andere honden. De hond lijkt niet echt ziek, heeft geen koorts of andere ziekte verschijnselen. Het dier heeft wel braakneigingen, zonder uitvloeisels. De ziekte gaat vanzelf over, maar het dier blijft vaak gevoelig op de keel en luchtpijp.
  • Hondsdolheid (Rabiës):
    Hondsdolheid is een infectie die fataal is en overgebracht wordt via honden of andere dieren (zoals vossen). Eerst treden gedragsveranderingen op: het dier kan zeer schuw of juist agressief worden, het vertoont spiertrekkingen en raakt verlamd. De pupillen zijn verwijd, het dier kwijlt, bijt etc., soms rennen in cirkels met scheef hoofd. Uiteindelijk raakt het dier in coma en de dood volgt. Gevallen van Hondsdolheid moeten officieel worden aangegeven bij de inspectie van de veeartsenijkundige dienst omdat ook mensen besmet kunnen worden. 

 

Omdat de opgebouwde weerstand geleidelijk terugloopt, is het aan te bevelen de vaccinaties te herhalen, zodat de bescherming betrouwbaar blijft. We overleggen dan met u welke vaccinaties voor uw hond zijn aan te raden. We houden de toegediende vaccinaties bij op de patiëntenkaart van uw hond en sturen u bericht als het tijd is voor de jaarlijkse herhaling. De vaccinaties worden bovendien genoteerd in het vaccinatiepaspoort van de hond, zodat u in voorkomende gevallen kunt aantonen dat de hond voldoende is ingeënt.

 

Buitenland, zie ook uw hond mee op vakantie:

Bij een bezoek aan het buitenland gelden sinds 3 juli 2004 nieuwe regels. Binnen de EU-landen, Noorwegen, Zwitserland, IJsland en de Europese ministaatjes luiden die als volgt:

  • Honden hebben een officieel EU-paspoort nodig om de grens over te gaan. Dit paspoort is in de kliniek verkrijgbaar. Hierin worden de gegevens van het dier en de eigenaar ingevuld, evenals het bewijs van de vaccinatie tegen rabiës (hondsdolheid).
  • Honden moeten verplicht ingeënt zijn tegen hondsdolheid. Geadviseerd wordt om dat de eerste keer tenminste 21 dagen voor vertrek te doen en daarna de vaccinatie om de 3 jaar te herhalen.
  • Identificatie van uw huisdier is verplicht. Dat mag een reeds aanwezige leesbare tatoeage zijn of een elektronische identificatie (chip).
  • Binnen de EU is de aanvullende gezondheidsverklaring vervallen. Buiten de EU zijn er landen die deze eis blijven stellen.
  • Voor Ierland, Zweden, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en bij importeren van buiten de EU gelden daarnaast extra voorwaarden, zoals laboratoriumcontrole op antistoffen na de rabiësvaccinatie. Bij een reis naar deze landen kunnen de invoerprocedures nog steeds een lange voorbereidingstijd van soms wel meer dan een half jaar vergen. Dus: informeer bij vakantieplannen bij ons naar de huidige bepalingen voor uw vakantiebestemming!

 

Pension:

Als uw huisdier naar het pension gaat wordt er vaak een aparte enting tegen kennelhoest verreist. Het meest effectief is een neusdruppelenting. Kennelhoest (Infectieuze Tracheobronchitis) is een aandoening, die veroorzaakt kan worden door een aantal virussen en bacteriën. De ziekte dankt zijn naam aan het feit dat vooral die honden de ziekte oplopen, die in de stresssituatie van een kennel zitten, waarbij veel honden vlak bij elkaar zitten en er voortdurend geblaft wordt. Het meest opvallende symptoom van de ziekte is het voortdurend hoesten, luidruchtig de keel schrapen en soms slijm opgeven. Vaak heeft het baasje de indruk dat er iets in de keel zit. Kennelhoest wordt voornamelijk veroorzaakt door een infectie met het paraïnfluenzavirus, het adenovirustype 2, of de bacterie bordetella bronchoseptica. Het paraïnfluenzavirus is zeer besmettelijk en veroorzaakt ontstekingen en kleine bloedinkjes op het slijmvlies van de luchtwegen. Het adenovirus type 3 lijkt in werking sterk op het paraïnfluenzavirus en geeft ook ontstekingen in het longweefsel, waardoor vrij gemakkelijk een bacteriële longontsteking zou kunnen ontstaan. bordetella bronchoseptica is één van de bacteriën, die vaak gevonden wordt bij kennelhoest, of als een secundaire infectie, of als verwekker van de ziekte.

 

Preventie van kennelhoest

Bescherming tegen de hierboven genoemde virussen en bacteriën is in ieder geval goed mogelijk door middel van een jaarlijkse vaccinatie. Net als bij de griepprik voor mensen kan helaas niet voorkomen worden dat de betreffende hond absoluut niet meer verkouden wordt. Er zijn veel meer factoren, die een rol kunnen spelen bij het oplopen van een keelontsteking of verkoudheid (kennelhoest). De enting beschermt wel tegen complicaties van kennelhoest (b.v. longontsteking) en geeft meer weerstand zodat uw hond minder snel een luchtweginfectie zal oplopen.

 

Bijwerkingen

Zoals elke medische ingreep kan ook vaccinatie bijwerkingen hebben. Zo komt heel soms een allergische reactie voor. In de pers en op internet doen af en toe verhalen de ronde over het ‘gevaar’ van vaccineren, met name over ongewenste bijwerkingen. Deze zijn echter overtrokken en verbanden tussen vaccinaties en later ontstane ziekten blijken meestal achteraf wetenschappelijk niet te kloppen.


Wanneer is net beter om niet te laten inenten

Om een vaccinatie zo efficiënt en veilig mogelijk te maken kunt u uw hond beter niet laten vaccineren als hij of zij:

  • ziek is. Een hond die al een verzwakte weerstand heeft door bijvoorbeeld verkoudheid of een andere aandoening, heeft zijn immuunsysteem nodig om die aandoening te bevechten. Als u daarnaast ook nog laat vaccineren, wordt het systeem overbelast.
  • drachtig is. Dit kan gevaarlijk zijn voor de pups en een te grote belasting zijn voor het moederdier.
  • onder narcose is of moet. Narcosestoffen kunnen een wisselwerking hebben met de entstoffen.

 

Ontwormen vóór de vaccinatie

Naast het feit dat een goede ontworming sowieso wordt aanbevolen is het ook goed om te weten dat ontworming twee weken voor de vaccinatie een betere immuniteitsopbouw na vaccinatie geeft. Gebleken is namelijk dat worminfecties een remmende invloed op het immuunstelsel hebben, waardoor de immuniteitsopbouw na vaccinatie dus wat wordt geremd. Om de maximale immuniteitsopbouw na vaccinatie te kunnen krijgen wordt dus aanbevolen om twee weken voor de vaccinatie de hond te ontwormen.