Het is alweer december, de dagen worden korter en de nachten worden kouder. In de winter is er al veel minder voedsel te vinden voor vogels, en door de kortere dagen hebben ze daar ook nog minder tijd voor.

Trekvogels zoals zwaluwen houden het hier voor gezien en vertrekken in de herfst richting zuidelijkere gebieden om zo de slechte weers- en voedselomstandigheden te ontvluchten. Standvogels zoals de mus, merel en kraai blijven overwinteren in of dichtbij hun broedgebied en zijn in staat om de barre winterperiode door te komen. Toch is het, vooral tijdens strenge winters, niet altijd makkelijk om buiten in de natuur te overleven. Kleine vogels verbranden ’s nachts soms wel 10% van hun lichaamsgewicht en kunnen iedere calorie gebruiken. We kunnen de vogels dus best een handje helpen door het ze wat gemakkelijker te maken met behulp van onderstaande tips.

Vetten in voer zijn belangrijk
Vogels verbruiken veel energie in de wintermaanden. Een vettig hapje met veel calorieën in de winter is dus geen overbodige luxe: dit houdt ze letterlijk lekker warm. Zonnebloempitten (vooral de zwarte pitten) en pinda’s hebben een hoge energiewaarde doordat ze veel essentiële oliën en vetten bevatten.

Voerpinda’s kunnen in een silo worden gegeven of aan een ketting worden geregen. Tip: prik de pinda’s voor met een spijker, dat rijgt veel eenvoudiger! Een pot met vogelpindakaas is vaak ook een succes. Gebruik hiervoor geen gewone pindakaas, daar zit te veel zout in. Ditzelfde geldt voor de pinda’s die wij zelf eten. Speciale voerpinda’s zijn daarnaast ongebrand en hebben een hogere voedingswaarde.

Daarnaast zijn er op veel plaatsen kant en klare vetbollen te koop. Maar let op: u kunt deze bollen buiten beter niet in hun netje ophangen! Als al het vet en zaadjes uit de bollen is opgegeten, blijven de netjes vaak hangen of vallen ze op de grond. Dit is ecologisch niet helemaal verantwoord. Daarnaast kunnen vogels met hun pootje in een netje blijven hangen en zo doodgaan. De vetbollen kunnen beter uit het netje gehaald worden en in een voederbakje worden gelegd. Ook zijn er speciale houders verkrijgbaar waar de bollen in kunnen worden gestopt.

Vetbollen kunt u kopen, maar ze zijn ook makkelijk zelf te maken. Door ongezouten frituurvet te smelten in een pannetje en daar vogelvoer (een zadenmengsel, rozijnen of meelwormen) aan toe te voegen ontstaat een warme brij. Als de brij wat is afgekoeld kan deze in een vorm worden gegoten, bijvoorbeeld een blikje of theeglas. Leg, voordat de brij stolt, een stevige katoenen draad in de brij die ruim uitsteekt. Zodra de hele massa hard is geworden kan het vet met zadenmengsel buiten aan de draad worden opgehangen. Meer vogelvoer-knutseltips zijn te vinden op de website van de Vogelbescherming.

Nestkasten in de winter
Nestkasten lijken vooral belangrijk in de lente, maar in de winter is het voor vogels een goede plek om te schuilen en te overnachten. Hang de nestkast op een rustige plaats en op minimaal 1,5 tot 2 meter hoogte zodat katten er niet bij kunnen komen. Nestkasten zijn er in verschillende vormen en maten, dus het is verstandig om van tevoren te kijken welke vogels er in uw tuin voorkomen. Mussen, mezen, boomklevers en bonte vliegenvangers bijvoorbeeld willen het liefst een nestkast met een kleine invliegopening. Vogels als roodborsten, winterkoninkjes en merels zijn juist weer op zoek naar meer open nestkasten met een lage voorzijde.

Bomen en struiken trekken vogels aan
Een boom of struik ziet er niet alleen mooi uit in uw tuin, het werkt ook als een magneet voor vogels. Ze bieden een plek om te schuilen, om te broeden en om voedsel te vinden. Vogels zijn gek op struiken met bessen. In de winter hebben de vogels zo nog wat te eten, en in de warme maanden geniet u zelf van de bloemen. Geschikte voorbeelden zijn meidoorn, rozenbottel, klimop, kardinaalsmuts en krentenboompjes.

Creëer een rommelhoekje in de tuin
Niet alleen vogels, zoals de merel, huismus en het roodborstje, maar ook insecten en egels zijn dol op hoekjes in de tuin waar u niet zoveel mee doet. Hier kunt u planten hun gang laten gaan, u kunt er wat takken en stenen neerleggen en eventueel opstapelen tot een soort muurtje, en afgevallen bladeren kunnen in dit rommelhoekje op een hoopje worden geveegd. In de planten vinden vogels dekking en tussen de takken en bladeren vinden ze kleine insecten om te eten. Als het weer lente wordt en de plek bevalt goed, kunnen sommige vogels hier zelfs hun nestje gaan bouwen.

Gebruik verschillende voedersystemen voor de verschillende vogelsoorten
Er is een uitgebreid aanbod aan vogelvoedersystemen. Voedertafels zijn bijvoorbeeld populair bij vogels die hun voedsel het liefst laag bij de grond zoeken zoals de roodborst, heggenmus, winterkoning, vinkachtigen en de merel. Voedersilo’s zijn verkrijgbaar in verschillende soorten en maten en geliefd bij onder andere mezen en groenlingen. Voederhuisjes zijn vaak van hout en staan al dan niet op een paal.

Zorg voor beschikbaar water
Net als in de zomer is het ook fijn om water aan te bieden in de winter. Een platte schaal is hiervoor het meest geschikt. Soms wordt geadviseerd om zout of suiker aan het water toe te voegen zodat het water niet bevriest. Zout is erg ongezond voor vogels als ze ervan drinken, en suikerwater kan een plaklaagje op het verenkleed veroorzaken waardoor het minder goed isoleert. Een schaal lauw water neerzetten is dan een beter idee.

Als er in de winter sneeuw of rijp ligt gebruiken vogels dat als waterbron. Als het water erg is bevroren kan het ijs met een hamer worden gebroken. De kleine ijsblokjes en splinters die hierbij ontstaan worden gewoon opgegeten en stillen op die manier ook de dorst.